Pesten op de werkvloer

Pesten op de werkvloer

Waargebeurd: ik zag hoe ze hem joelend op handen droegen. Letterlijk. Ze liepen met hem door de gang en verdwenen naar buiten. Daar gooiden de snelle salesboys de stille jongen van de financiële administratie in een kliko. En de baas? Die stond in de deuropening met z’n armen over elkaar te lachen.

In een vlaag van woede begon ik te schreeuwen: “Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig?” Het was mijn eerste echte baan. Dus zo gaat het eraan toe in het werkleven?

Op 19 april was het de Landelijke Dag tegen het Pesten. Die dag werd er op scholen stilgestaan bij de ernstige gevolgen van treiteren. De tragische aanleiding zijn de verschillende zelfmoorden van tieners die eind vorig jaar het nieuws domineerden. Maar ook na schooltijd gaat het pesten verder. Want hoe kinderachtig het ook klinkt, ook op de werkvloer is pesten aan de orde van de dag.

 

Uit onderzoek van TNO blijkt dat 1,1 miljoen mensen dagelijks last hebben van pesten op de werkvloer. Van kleine pesterijen – zoals het verstoppen van de nietmachine – tot heftige aanvaringen, waarbij collega’s het elkaar flink het leven zuur maken.

Pesten op de werkvloer valt onder te verdelen in vier categorieën: ongewenste sexuele aandacht, intimidatie, lichamelijk geweld en treiteren. Door de crisis, de steeds groter wordende ontslagdreiging en de toename van de werkdruk is het aantal meldingen van pesterijen toegenomen. Dat merkt Petra Vervoort ook in haar praktijk.

Als extern vertrouwenspersoon adviseert zij bedrijven bij ongewenste omgangsvormen en integriteitsschendingen. “Niet alleen de crisis, maar ook de media-aandacht van de laatste tijd zorgt ervoor dat ik steeds meer meldingen krijg. De bewustwording rondom de ernst van het pesten op de werkvloer neemt toe. Dat is aan de ene kant goed, maar bedenk dat pesterijen slecht het topje van de ijsberg zijn. Vaak blijven pesterijen onzichtbaar. Niet alleen voor het thuisfront, maar ook voor directe collega’s en de directie. Uiteindelijk kan het iemand volledig slopen. Zeker als het pesten structureel terugkomt, dan is het een kwestie van tijd voordat iemand zich langdurig ziek meldt.”

Deze ziekmeldingen zijn voor veel bedrijven een grote kostenpost. Zo blijkt uit TNO-onderzoek dat er vier miljoen verzuimdagen worden opgenomen als gevolg van het pesten. Dit kost het bedrijfsleven jaarlijks maar liefst vier miljard euro.

Met twee andere collega’s hielpen we de stille jongen van de administratie uit de kliko. De tranen stonden in zijn ogen. Hij bekende dat het groepje salesmannen hem al een tijdje het leven zuur maakte. Na kort overleg zijn we boos en verontwaardigd naar de directeur gestapt. Precies, hij die had staan schuddebuiken van het lachen. Na het aanhoren van het verhaal werd hij stil. Heel stil. De snelle salesboys kregen een waarschuwing. Die was door het hele pand te horen. Ze hebben de stille jongen met geen vinger meer aangeraakt.

Wie het slachtoffer wordt van pesten, kent vooral veel schaamte. Naar zichzelf. Naar collega’s en naar het thuisfront. Vaak hebben ze het pesten al een keer aangekaart, maar zijn ze niet serieus genomen. ‘Je zult het er zelf naar hebben gemaakt’ of ‘dat denk je alleen maar’ zijn vaak gehoorde antwoorden. En dus zullen ze zwijgen.

Volgens Petra Vervoort zij het juist niet de sulletjes of de muisjes die slachtoffer zijn. “Vaak zijn het de ambitieuze mensen die gepest worden. Deze mensen vormen een bedreiging voor de groep. Voor de positie van de pester of de sfeer op de werkvloer. En dan maakt het niet uit of je dik, dun, man, vrouw, slim of dom bent. Je valt buiten de groep en dat is de reden om je het leven flink zuur te maken. En net als op het schoolplein, is de macht van de groep groot.”

Voor omstanders is het pestgedrag heel dubbel. Soms doen ze mee aan het pesten uit angst om zelf het slachtoffer te worden. Anderen steken hun kop in het zand. Je moet jezelf afvragen: “Is dit nog wel leuk?” Als je gevoel ‘nee’ zegt, dan is het tijd voor actie. Maak het pesten tot een punt op de agenda.

Petra Vervoort: “Een simpel A4’tje op de muur met daarop tien algemeen geldende gedragsregels op de werkvloer is vaak effectiever dan een dossier over omgangsvormen dat ergens in een kast stof staat te vangen. Op deze manier heb je een preventiemiddel.”

Een goede werkomgeving is geen voedingsbodem voor pestgedrag. Na het kliko-incident melden meerdere collega’s pestgedrag. Het leidde tot ontslag van de grootste pestkop. Nadat hij vertrokken was, sloeg de sfeer in het bedrijf om. Er werd meer gelachen. En dit keer met elkaar en niet om elkaar.

Interview met Petra Vervoort door Viva, uitgave 17 – 2013

Klagende ouders: vloek of zegen?

Klagende ouders: vloek of zegen?

“Ja hoor, daar heb je hun weer!” Ouders die steeds weer met klachten over de school komen, hoe ga je daarmee om? Vorige week hadden ze een klacht over het zandbakzand, twee weken terug ging het over een ruzie tussen kinderen en nu bellen ze weer boos over de lesmethode. Het is lastig om ze nog serieus te nemen: ouders die om de haverklap klagend aan de lijn hangen. Hoe zorg je dat de vloek een zegen wordt?

Als vertrouwenspersoon krijg ik ze regelmatig doorgestuurd: ouders die allerlei klachten over de school van hun kind hebben en er met de school zelf niet meer uitkomen. De verhoudingen zijn allang niet meer om over naar huis te schrijven en bij elke nieuwe confrontatie reageert de school verdedigend of bagatelliserend of vervallen de contactpersonen van de school zelf in klaaggedrag. Heel begrijpelijk, maar niet erg effectief.

Luisterend oor
Waar de klachten ook over gaan, in het gesprek met de klagende ouders ontdek ik altijd dat ze vinden dat ze niet gehoord worden. Een luisterend oor bieden is dan ook mijn eerste prioriteit. Ik vraag door, vat samen en inventariseer. Soms is er een waslijst aan klachten waar ik het onderliggende probleem uit probeer te filteren. Soms is er een onmogelijke eis (‘die leerkracht moet gewoon meteen ontslagen worden’). Maar altijd probeer ik de klacht(en) te herdefiniëren naar een probleem. En stel vervolgens de vraag: ‘wat moet er gebeuren om dit op te lossen?’.

Communicatie – beter gezegd het gebrek eraan – ligt aan de basis van elke klacht. En daar ligt de sleutel om van een vloek een zegen te maken.

Goed, tijdig, eenduidig
Een voorbeeld. Een geschorste leerling, woedende ouders. Als school en ouders daarover het gesprek aangaan, neem dan als uitgangspunt: ouders hoeven het niet eens te zijn met de beslissing, maar ze hebben er wel recht op goed, tijdig en eenduidig geïnformeerd te worden. De aanleiding van de schorsing moet goed worden uitgelegd: nodig daarom eerst de ouders uit voor een gesprek en geef dan de schorsingsbrief mee. Maar zorg er ook voor dat het hele team weet van de hoed en de rand: bespreek in het teamoverleg wat eenieder te doen staat als een boze ouder belt.
Nog een voorbeeld: ouders die zich gediscrimineerd voelen. Het komt regelmatig voor in mijn praktijk en eigenlijk maakt het niet eens verschil als een groot deel van de school – medewerkers en leerlingen – van dezelfde afkomst zijn als de klagers. Het gaat dus om hoe mensen het zelf ervaren. Wat zit er achter dat gevoel? U raadt het misschien al: het gevoel niet gehoord te worden. Neem nu die vader die niet realistisch is over het onmogelijke gedrag van zijn dochter in de klas. Als ik zo’n gesprek begeleid, probeer ik altijd boven tafel te krijgen dat alle betrokkenen het beste voor hebben met het kind. Als je van elkaar weet dat je vanuit de beste bedoelingen reageert, dan kun je tot werkbare oplossingen komen.

Klagende ouders een zegen? Wel als je de klacht aangrijpt om tot oplossingen te komen waar alle partijen beter van worden. In mijn ervaring is dat vaker mogelijk dan je misschien zou denken.

Petra Vervoort

Door: Petra Vervoort,
Bureau Strikt
4 juni 2012
Dit blog werd eerder geplaatst op www.forumveiligeschool.nl