Het recht op zelfdestructie; Social media, de blinde vlek binnen de psychiatrie

Het recht op zelfdestructie; Social media, de blinde vlek binnen de psychiatrie

Onlangs verscheen het boek “Als je brein je bedriegt” waarin Geertje Paaij schrijft over de gevaren van social media in de psychiatrie. Als moeder van een dochter met een diagnose schizofrenie en verslavingsproblematiek weet ze inmiddels alles van deze gevaren af. Om haar machteloosheid als ouder om te zetten in iets constructiefs is ze diep in de materie gedoken en dat heeft geresulteerd in dit boek. Social media, daar weet ik door mijn werk als extern vertrouwenspersoon binnen het onderwijs heel veel van af. Mijn werk is preventief (naar teams) en curatief (naar individuen). Geïnteresseerd, maar zonder verwachting iets nieuws te lezen ga ik van start. Om het boek vervolgens in één adem uit te lezen. Inderdaad, ik lees niet echt iets nieuws als het gaat om de zwarte kant van social media. Met jezelf te koop lopen (ook letterlijk), dreigen en bedreigd worden, contacten met foute gasten, drugs scoren enz. Tegelijkertijd dringt het ook tot mij door dat er één heel groot verschil is met de casuïstiek waar ik mee te maken krijg. In de psychiatrie is er doorgaans niemand die het personeel wijst hoe je problemen vroegtijdig kunt herkennen. Er is vaak niemand die aan damage control doet als het mis gaat. Het recht op privacy is een groot goed. Sociale media zijn tijdens een opname in een psychiatrische instelling een belangrijk middel om contact te houden met de buitenwereld, zo is de redenatie. Dat recht kun je niet zomaar afpakken, hier wordt uiterst terughoudend mee omgegaan. Even een kleine time-out om na te denken over het bovenstaande……… Psychiatrisch patiënten zijn net als iedereen mensen met rechten en plichten. En ja, het recht op privacy is een groot goed. Door hun ziekte zijn ze echter (soms) zeer kwetsbaar, verward en niet in staat om gevolgen van hun handelen in te schatten. En uitgerekend deze mensen mogen veelal onbeperkt hun gang gaan op het internet. Zichzelf te koop aanbieden, al hun privégegevens erbij vermelden, zoeken naar manieren om zelfmoord te plegen, drugs te kopen enz. De praktijkvoorbeelden die Paaij schetst zijn legio. En niemand die er toezicht op houdt. Niemand die wachtwoorden heeft om af en toe te controleren. Niemand die helpt met damage control of herstel van veiligheid. Niemand die leert hoe je jezelf in de digitale wereld kunt beschermen wanneer je in een slechte periode belandt. Ouders en vrienden staan machteloos aan de zijlijn te kijken hoe het gigantisch uit de klauwen giert. Dit is toch te bizar voor woorden. Omdat ik niet alles voor zoete koek wil slikken ben ik op Instagram op zoek gegaan naar mensen die suïcidaal zijn. Je schrikt wat je te zien en te lezen krijgt. Meisjes die zijn opgenomen en prachtige poëzie schrijven over het zoeken naar een goed moment om uit het leven te stappen. En dan de reacties op zo’n post, ik krijg er kippenvel van. Stuk voor stuk bewonderende woorden en soms expliciete aanmoedigingen om de stap ook daadwerkelijk te zetten. Voor familie en vrienden moet dit hartverscheurend zijn om te lezen. Dat verlangen naar de dood is al vreselijk, maar de aanmoediging van vreemden terwijl je zelf niks kunt doen moet onverteerbaar zijn. En dan is dit nog niet eens de problematiek waar Paaij over schrijft, dat is nog veel heftiger. advies en ondersteuning bij omgangsvormen en integriteit Ik heb er lang over nagedacht en ben het eens dat privacy en het recht tot contact een groot goed is dat zoveel mogelijk beschermd dient te worden. Dit is een recht en er zitten absoluut voordelen aan. Psychiatrisch patiënten moeten soms echter ook tegen zichzelf beschermd worden. In die periodes in hun leven dat ze daar zelf niet toe in staat zijn en op een zelfdestructieve manier social media gebruiken. Juist OMDAT je het beste met ze voor hebt op die momenten waarop ze daar zelf niet toe in staat zijn. Maar HOE dan?????? Het antwoord daarop is eigenlijk vrij simpel, al zal de praktijk ongetwijfeld weerbarstiger zijn. Ik ben er echter van overtuigd dat het wel degelijk kan. Binnen de psychiatrie moet er zo snel mogelijk meer kennis komen over social media. Behandelaren en overig personeel moet weten wat er te koop is. Dat Instagram niet alleen maar accounts heeft waar mensen schattige foto’s van hun huisdieren zetten, maar dat het ook wordt gebruikt om mensen te ronselen, drugs te (ver)kopen enz. Dat Facebook besloten groepen heeft, dat je op Twitter jezelf als professional kunt profileren, maar jezelf ook te koop kunt aanbieden met niks verhullende foto’s en teksten. Dat ogenschijnlijk onschuldige apps gebruikt kunnen worden voor allerlei illegale dingen. Natuurlijk krijg je dan regelmatig de reactie “Ik heb niks met social media, dat interesseert me niet”. In het onderwijs heb ik dit ontelbaar vaak gehoord. En ontelbaar vaak gaf ik dan hetzelfde antwoord. Je hoeft er persoonlijk ook niks mee te hebben. Niemand verplicht je om ergens een foto te plaatsen van die lekkere pizza die je zelf hebt gemaakt of te melden dat je een scholing krijgt over social media, gevolgd door #zinin. Maar social media maakt deel uit van de leefwereld van degene die jij onder je hoede hebt. En daarom MOET je jezelf erin verdiepen. Weten wat er leeft, zodat je in staat bent de signalen te herkennen als er iets mis gaat. Social media onderwerp van gesprek maken. Samen kijken naar wat er online staat en erover praten. Stel vragen, zo leer je het ’t snelst. Ik wil niet de hele psychiatrie over één kam scheren, good practice is er gelukkig ook. Het kan en moet echter nog veel beter. In mijn visie moet het een verplichting zijn voor iedere instelling en zorgverlener die te maken heeft met psychiatrische patiënten. De protocollen vervangen door handzame lijsten die houvast en structuur bieden. Opsommen welke kennis nodig is en hoe je deze dient toe te passen. Bij ieder (ambulant) bezoek informeren naar social media, meekijken en in gesprek gaan. Een stappenplan over hoe te handelen bij signalen dat het mis gaat. Dit soort dingen horen in een protocol te staan. Het moet een document zijn dat houvast biedt. Als achtervang kan er een social media expert worden aangesteld, die overkoepelend kan werken om vragen te beantwoorden en te adviseren bij ingewikkelde casuïstiek. Op deze manier kun je het recht op privacy zoveel mogelijk respecteren en er restricties aan verbinden of zelfs (tijdelijk) verbieden wanneer iemand herhaaldelijk in de fout gaat. Zodat het recht op privacy niet verwordt tot een recht op zelfdestructie. Mijn handen jeuken om ermee aan de slag te gaan, al weet ik dat er anderen zijn die nog veel deskundiger zijn dan ik. Maakt mij niet uit wie de kar gaat trekken, maar dat er iets gedaan moet worden kan na het lezen van dit boek door niemand meer worden ontkend.

Petra Vervoort
Bureau Strikt
3 april 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *