To tattoo or not to tattoo, that’s the question

To tattoo or not to tattoo, that’s the question

Rapid Estate NYC; 15% salarisverhoging als je het bedrijfslogo laat tattoëren

Onlangs liet ik mijn eerste tatoeage zetten. Voor het zover was heb ik eindeloos zitten nadenken over wat ik wilde, waar ik het wilde en door wie ik de tattoo wilde laten zetten. Om die laatste vraag te beantwoorden vroeg ik iedereen die – in mijn ogen – een mooie tatoeage heeft waar hij/zij deze heeft laten zetten en waarom. Het leverde me hele leuke en mooie verhalen op. Een verhaal was zo bijzonder dat het me niet meer losliet. Een vrolijke, hippe jonge vrouw vertelde me dat het bij haar werkgever vrij gewoon is om het bedrijfslogo te laten tatoeëren. Ik dacht dat ze een grapje maakte, maar het was echt zo verzekerde ze me. Sterker nog, op hun bedrijfsfeesten is regelmatig een tattoo-artiest aanwezig die ter plekke het logo zet. Ik kon me er niets bij voorstellen, maar mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld. Dus ging ik op onderzoek uit. En ja, binnen dit bedrijf is het common business om het bedrijfslogo op je arm te hebben. Niet een klein logootje, nee, zo’n beetje formaat onderzetter. Niemand verplicht je ertoe. Alhoewel….. op YouTube staan filmpjes waarop de CEO de tatoeage laat zetten en ook tientallen managers kun je bewonderen met het plaatje op hun arm. Zelfs op de website van het bedrijf is een compleet onderdeel gewijd aan het tatoeëren, zo leerde ik. Het is het ultieme teken dat je “part of the family” bent. Want zo profileert dit bedrijf zich. Het is een cult en daar werken is meer dan een baan, het is een lifestyle. Buiten werktijd ga je samen naar feesten, waarna je naar het appartement gaat dat je veelal deelt met collega’s. Maar wat als je het niet meer leuk vindt? Wat als het gefeest en het delen van woonruimte niet meer bij je past? Wat als? Tja, dat vertelt het verhaal niet. Ik heb niemand gevonden die zich kritisch uitlaat hierover. Natuurlijk zullen deze mensen er zijn, maar ik heb ze tijdens mijn zoektocht niet gevonden. Is dit nou een uniek fenomeen? Nee, dat is het dus niet. Er zijn bedrijven die door middel van tijdelijke tattoos hun bedrijf promoten tijdens events. Deze tattoos zijn vergelijkbaar met de plaatjes die vroeger bij de kauwgum zaten en die je op je arm kon plakken. Of het aanspreekt zal sterk afhangen van de doelgroep waarvoor het product is bestemd, maar het is op zich prima marketing en heeft weinig met groepsdruk te maken. Anders is dat bij Rapid Reality NYC. Dit is een bedrijf in onroerend goed dat haar werknemers een salarisverhoging van 15% geeft wanneer ze het bedrijfslogo laten tatoeëren. Niets tijdelijks, the real deal. Grootte en locatie maakt niet uit. Werknemers kiezen daarom vooral voor een kleine tattoo achter hun oor of op hun enkel, een enkeling uitgezonderd. Inmiddels hebben ruim 40 van de 100 werknemers een tatoeage laten zetten. Waarom dan een substantiële salarisverhoging bieden als je de tattoo niet of amper kunt zien? Ongetwijfeld vanwege het psychologische effect. Het gevoel dat je erbij hoort, dat je deel uitmaakt van iets groters. En dat komt je inzet en prestatie weer ten goede. Best wel slim natuurlijk. Van de werkgever althans. Want een baan bij een andere onderneming in het zelfde werkveld zal er daarna niet meer zo snel voor je in zitten.

Het recht op zelfdestructie; Social media, de blinde vlek binnen de psychiatrie

Het recht op zelfdestructie; Social media, de blinde vlek binnen de psychiatrie

Onlangs verscheen het boek “Als je brein je bedriegt” waarin Geertje Paaij schrijft over de gevaren van social media in de psychiatrie. Als moeder van een dochter met een diagnose schizofrenie en verslavingsproblematiek weet ze inmiddels alles van deze gevaren af. Om haar machteloosheid als ouder om te zetten in iets constructiefs is ze diep in de materie gedoken en dat heeft geresulteerd in dit boek. Social media, daar weet ik door mijn werk als extern vertrouwenspersoon binnen het onderwijs heel veel van af. Mijn werk is preventief (naar teams) en curatief (naar individuen). Geïnteresseerd, maar zonder verwachting iets nieuws te lezen ga ik van start. Om het boek vervolgens in één adem uit te lezen. Inderdaad, ik lees niet echt iets nieuws als het gaat om de zwarte kant van social media. Met jezelf te koop lopen (ook letterlijk), dreigen en bedreigd worden, contacten met foute gasten, drugs scoren enz. Tegelijkertijd dringt het ook tot mij door dat er één heel groot verschil is met de casuïstiek waar ik mee te maken krijg. In de psychiatrie is er doorgaans niemand die het personeel wijst hoe je problemen vroegtijdig kunt herkennen. Er is vaak niemand die aan damage control doet als het mis gaat. Het recht op privacy is een groot goed. Sociale media zijn tijdens een opname in een psychiatrische instelling een belangrijk middel om contact te houden met de buitenwereld, zo is de redenatie. Dat recht kun je niet zomaar afpakken, hier wordt uiterst terughoudend mee omgegaan. Even een kleine time-out om na te denken over het bovenstaande……… Psychiatrisch patiënten zijn net als iedereen mensen met rechten en plichten. En ja, het recht op privacy is een groot goed. Door hun ziekte zijn ze echter (soms) zeer kwetsbaar, verward en niet in staat om gevolgen van hun handelen in te schatten. En uitgerekend deze mensen mogen veelal onbeperkt hun gang gaan op het internet. Zichzelf te koop aanbieden, al hun privégegevens erbij vermelden, zoeken naar manieren om zelfmoord te plegen, drugs te kopen enz. De praktijkvoorbeelden die Paaij schetst zijn legio. En niemand die er toezicht op houdt. Niemand die wachtwoorden heeft om af en toe te controleren. Niemand die helpt met damage control of herstel van veiligheid. Niemand die leert hoe je jezelf in de digitale wereld kunt beschermen wanneer je in een slechte periode belandt. Ouders en vrienden staan machteloos aan de zijlijn te kijken hoe het gigantisch uit de klauwen giert. Dit is toch te bizar voor woorden. Omdat ik niet alles voor zoete koek wil slikken ben ik op Instagram op zoek gegaan naar mensen die suïcidaal zijn. Je schrikt wat je te zien en te lezen krijgt. Meisjes die zijn opgenomen en prachtige poëzie schrijven over het zoeken naar een goed moment om uit het leven te stappen. En dan de reacties op zo’n post, ik krijg er kippenvel van. Stuk voor stuk bewonderende woorden en soms expliciete aanmoedigingen om de stap ook daadwerkelijk te zetten. Voor familie en vrienden moet dit hartverscheurend zijn om te lezen. Dat verlangen naar de dood is al vreselijk, maar de aanmoediging van vreemden terwijl je zelf niks kunt doen moet onverteerbaar zijn. En dan is dit nog niet eens de problematiek waar Paaij over schrijft, dat is nog veel heftiger. advies en ondersteuning bij omgangsvormen en integriteit Ik heb er lang over nagedacht en ben het eens dat privacy en het recht tot contact een groot goed is dat zoveel mogelijk beschermd dient te worden. Dit is een recht en er zitten absoluut voordelen aan. Psychiatrisch patiënten moeten soms echter ook tegen zichzelf beschermd worden. In die periodes in hun leven dat ze daar zelf niet toe in staat zijn en op een zelfdestructieve manier social media gebruiken. Juist OMDAT je het beste met ze voor hebt op die momenten waarop ze daar zelf niet toe in staat zijn. Maar HOE dan?????? Het antwoord daarop is eigenlijk vrij simpel, al zal de praktijk ongetwijfeld weerbarstiger zijn. Ik ben er echter van overtuigd dat het wel degelijk kan. Binnen de psychiatrie moet er zo snel mogelijk meer kennis komen over social media. Behandelaren en overig personeel moet weten wat er te koop is. Dat Instagram niet alleen maar accounts heeft waar mensen schattige foto’s van hun huisdieren zetten, maar dat het ook wordt gebruikt om mensen te ronselen, drugs te (ver)kopen enz. Dat Facebook besloten groepen heeft, dat je op Twitter jezelf als professional kunt profileren, maar jezelf ook te koop kunt aanbieden met niks verhullende foto’s en teksten. Dat ogenschijnlijk onschuldige apps gebruikt kunnen worden voor allerlei illegale dingen. Natuurlijk krijg je dan regelmatig de reactie “Ik heb niks met social media, dat interesseert me niet”. In het onderwijs heb ik dit ontelbaar vaak gehoord. En ontelbaar vaak gaf ik dan hetzelfde antwoord. Je hoeft er persoonlijk ook niks mee te hebben. Niemand verplicht je om ergens een foto te plaatsen van die lekkere pizza die je zelf hebt gemaakt of te melden dat je een scholing krijgt over social media, gevolgd door #zinin. Maar social media maakt deel uit van de leefwereld van degene die jij onder je hoede hebt. En daarom MOET je jezelf erin verdiepen. Weten wat er leeft, zodat je in staat bent de signalen te herkennen als er iets mis gaat. Social media onderwerp van gesprek maken. Samen kijken naar wat er online staat en erover praten. Stel vragen, zo leer je het ’t snelst. Ik wil niet de hele psychiatrie over één kam scheren, good practice is er gelukkig ook. Het kan en moet echter nog veel beter. In mijn visie moet het een verplichting zijn voor iedere instelling en zorgverlener die te maken heeft met psychiatrische patiënten. De protocollen vervangen door handzame lijsten die houvast en structuur bieden. Opsommen welke kennis nodig is en hoe je deze dient toe te passen. Bij ieder (ambulant) bezoek informeren naar social media, meekijken en in gesprek gaan. Een stappenplan over hoe te handelen bij signalen dat het mis gaat. Dit soort dingen horen in een protocol te staan. Het moet een document zijn dat houvast biedt. Als achtervang kan er een social media expert worden aangesteld, die overkoepelend kan werken om vragen te beantwoorden en te adviseren bij ingewikkelde casuïstiek. Op deze manier kun je het recht op privacy zoveel mogelijk respecteren en er restricties aan verbinden of zelfs (tijdelijk) verbieden wanneer iemand herhaaldelijk in de fout gaat. Zodat het recht op privacy niet verwordt tot een recht op zelfdestructie. Mijn handen jeuken om ermee aan de slag te gaan, al weet ik dat er anderen zijn die nog veel deskundiger zijn dan ik. Maakt mij niet uit wie de kar gaat trekken, maar dat er iets gedaan moet worden kan na het lezen van dit boek door niemand meer worden ontkend.

Petra Vervoort
Bureau Strikt
3 april 2018

Pesten op de werkvloer

Pesten op de werkvloer

Waargebeurd: ik zag hoe ze hem joelend op handen droegen. Letterlijk. Ze liepen met hem door de gang en verdwenen naar buiten. Daar gooiden de snelle salesboys de stille jongen van de financiële administratie in een kliko. En de baas? Die stond in de deuropening met z’n armen over elkaar te lachen.

In een vlaag van woede begon ik te schreeuwen: “Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig?” Het was mijn eerste echte baan. Dus zo gaat het eraan toe in het werkleven?

Op 19 april was het de Landelijke Dag tegen het Pesten. Die dag werd er op scholen stilgestaan bij de ernstige gevolgen van treiteren. De tragische aanleiding zijn de verschillende zelfmoorden van tieners die eind vorig jaar het nieuws domineerden. Maar ook na schooltijd gaat het pesten verder. Want hoe kinderachtig het ook klinkt, ook op de werkvloer is pesten aan de orde van de dag.

Uit onderzoek van TNO blijkt dat 1,1 miljoen mensen dagelijks last hebben van pesten op de werkvloer. Van kleine pesterijen – zoals het verstoppen van de nietmachine – tot heftige aanvaringen, waarbij collega’s het elkaar flink het leven zuur maken.

Pesten op de werkvloer valt onder te verdelen in vier categorieën: ongewenste sexuele aandacht, intimidatie, lichamelijk geweld en treiteren. Door de crisis, de steeds groter wordende ontslagdreiging en de toename van de werkdruk is het aantal meldingen van pesterijen toegenomen. Dat merkt Petra Vervoort ook in haar praktijk.

Als extern vertrouwenspersoon adviseert zij bedrijven bij ongewenste omgangsvormen en integriteitsschendingen. “Niet alleen de crisis, maar ook de media-aandacht van de laatste tijd zorgt ervoor dat ik steeds meer meldingen krijg. De bewustwording rondom de ernst van het pesten op de werkvloer neemt toe. Dat is aan de ene kant goed, maar bedenk dat pesterijen slecht het topje van de ijsberg zijn. Vaak blijven pesterijen onzichtbaar. Niet alleen voor het thuisfront, maar ook voor directe collega’s en de directie. Uiteindelijk kan het iemand volledig slopen. Zeker als het pesten structureel terugkomt, dan is het een kwestie van tijd voordat iemand zich langdurig ziek meldt.”

Deze ziekmeldingen zijn voor veel bedrijven een grote kostenpost. Zo blijkt uit TNO-onderzoek dat er vier miljoen verzuimdagen worden opgenomen als gevolg van het pesten. Dit kost het bedrijfsleven jaarlijks maar liefst vier miljard euro.

Met twee andere collega’s hielpen we de stille jongen van de administratie uit de kliko. De tranen stonden in zijn ogen. Hij bekende dat het groepje salesmannen hem al een tijdje het leven zuur maakte. Na kort overleg zijn we boos en verontwaardigd naar de directeur gestapt. Precies, hij die had staan schuddebuiken van het lachen. Na het aanhoren van het verhaal werd hij stil. Heel stil. De snelle salesboys kregen een waarschuwing. Die was door het hele pand te horen. Ze hebben de stille jongen met geen vinger meer aangeraakt.

Wie het slachtoffer wordt van pesten, kent vooral veel schaamte. Naar zichzelf. Naar collega’s en naar het thuisfront. Vaak hebben ze het pesten al een keer aangekaart, maar zijn ze niet serieus genomen. ‘Je zult het er zelf naar hebben gemaakt’ of ‘dat denk je alleen maar’ zijn vaak gehoorde antwoorden. En dus zullen ze zwijgen.

Volgens Petra Vervoort zij het juist niet de sulletjes of de muisjes die slachtoffer zijn. “Vaak zijn het de ambitieuze mensen die gepest worden. Deze mensen vormen een bedreiging voor de groep. Voor de positie van de pester of de sfeer op de werkvloer. En dan maakt het niet uit of je dik, dun, man, vrouw, slim of dom bent. Je valt buiten de groep en dat is de reden om je het leven flink zuur te maken. En net als op het schoolplein, is de macht van de groep groot.”

Voor omstanders is het pestgedrag heel dubbel. Soms doen ze mee aan het pesten uit angst om zelf het slachtoffer te worden. Anderen steken hun kop in het zand. Je moet jezelf afvragen: “Is dit nog wel leuk?” Als je gevoel ‘nee’ zegt, dan is het tijd voor actie. Maak het pesten tot een punt op de agenda.

Petra Vervoort: “Een simpel A4’tje op de muur met daarop tien algemeen geldende gedragsregels op de werkvloer is vaak effectiever dan een dossier over omgangsvormen dat ergens in een kast stof staat te vangen. Op deze manier heb je een preventiemiddel.”

Een goede werkomgeving is geen voedingsbodem voor pestgedrag. Na het kliko-incident melden meerdere collega’s pestgedrag. Het leidde tot ontslag van de grootste pestkop. Nadat hij vertrokken was, sloeg de sfeer in het bedrijf om. Er werd meer gelachen. En dit keer met elkaar en niet om elkaar.

Interview met Petra Vervoort door Viva, uitgave 17 – 2013

Ligt het dan toch aan mij?

Ligt het dan toch aan mij?

Seksueel misbruik
Meer nog dan bij meisjes, bestaat er bij jongens een grote drempelvrees om melding te doen van misbruik op school of binnen de sport.
De redenen hiervoor zijn divers: loyaal met de misbruiker, schaamte, angst voor problemen of angst voor de gevolgen als het bekend wordt.
En misschien wel het ergst van al…..de angst om niet te worden geloofd.

Jongen of meisje, voor beiden geldt dat de angst voor de gevolgen niet moet worden onderschat. Wat voor een volwassene al buitengewoon ingewikkeld is, is voor een kind/tiener nog veel moeilijker te overzien: wat gebeurt er als ik “het” vertel.  

Een misbruikslachtoffer vertelde dat hij ruim 2 jaar lang niemand iets heeft verteld, zelfs niet op die momenten dat zijn ouders doorhadden dat er “iets” aan de hand was. Het niet kunnen overzien van de gevolgen maakte dat hij ervoor koos om z’n mond stijf dicht te houden en daarmee het misbruik door zijn coach te laten voortduren.

De verwarring over de eigen rol kan ook nog een rol spelen. “Blijkbaar ben ik een watje, anders laat ik dit toch niet gebeuren”. Of “ik werd er opgewonden van, dan kon ik het dus niet erg vinden”. Door deze verwarring voelen slachtoffers zich medeverantwoordelijk.

Uiteraard ten onrechte: bij misbruik is ook altijd sprake van een machtsongelijkheid; er is een verschil in machtspositie en die maakt hetgeen gebeurt per definitie verkeerd is. Dus ook als het slachtoffer het “gewoon” of misschien wel “aanleiding” heeft gegeven!! Een slappe smoes die betrapte misbruikers er nog wel eens bijslepen!! Onzin, fout is fout!!

Soms komt een vertrouwenspersoon met dit soort heftige zaken in aanraking. En uiteraard is een vertrouwenspersoon, hoe ervaren ook, niet bedoeld en ook niet geschikt om de rol van hulpverlener op zich te nemen.

Door het bieden van vertrouwen, steun, begrip en het uitstralen van rust. Maar zeker ook door de kennis van procedures kan een vertrouwenspersoon van betekenis zijn om het kind / de jongere (en diens ouders) te begeleiden naar de juiste hulpverleningsinstanties en politie.
En door het adviseren van het management/bestuur over de communicatie in- en extern.


Petra Vervoort
https://bureaustrikt.nl
21 maart 2013

Hoe haal je een naaktfoto die op school rouleert uit de roulatie?

Hoe haal je een naaktfoto die op school rouleert uit de roulatie?


Prima dat een school leerlingen vraagt de foto te verwijderen (damage control) en zich hierbij realiseert dat het niet valt te controleren. De foto rouleert hoogstwaarschijnlijk al lang ook buiten school. Het antwoord is dus: dat lukt je nooit (helemaal).

Maar wat kun je wel doen?

  • De bron aanpakken, in dit geval het ex-vriendje waar de foto vandaan komt. Ouders op school uitnodigen en schorsen. Maar ook investeren in het leren waarom je dit niet kunt en mag doen. Bij een soortgelijk incident heb ik met een school afgesproken dat de jongen als straf een presentatie moest maken over WE CAN Young (www.wecanyoung.nl). Deze kan vervolgens binnen school worden gebruikt om jongeren te leren hoe ze respectvol met elkaar kunnen omgaan en zich bewust kunnen zijn van grenzen rond seks en relaties
  • Het incident aangrijpen om in gesprek gaan met leerlingen. Super grappig om zo’n foto te krijgen, maar is het dat ook als het om je zusje of vriendin gaat? En weten leerlingen wel dat het niet zo onschuldig is en zelfs strafbaar? OOK als je het doorstuurt!! De meeste jongeren (en volwassenen) hebben hier doorgaans geen idee van. Ze schrikken zich rot als ze horen dat dit valt onder de categorie kinderporno. Hier willen ze echt niet mee worden geassocieerd. Maar dat is wel wat er gebeurt wanneer er aangifte wordt gedaan….
  • Overleg als school met het slachtoffer en diens ouders wat er nodig is om weer op een (sociaal) veilige manier naar school te kunnen. Bijvoorbeeld een excuusbrief, een klassengesprek, een vast aanspreekpunt hierover op school. Of juist géén specifieke aandacht. Geef het slachtoffer de ruimte en kom tegemoet aan de individuele wensen
  • Tot slot kan school de ouders nog adviseren over verdere acties en de mogelijkheid van het doen van aangifte.

Samengevat: maak niet de fout hier luchtig mee om te gaan. Handel SNEL en kies een BREDE aanpak. Veroordeel het gedrag, maar kijk ook naar wat nodig is om de veiligheid voor het slachtoffer te herstellen en ga het gesprek aan met de leerlingen in het kader van bewustwording en preventie.

Petra Vervoort

Petra Vervoort
Bureau Strikt
en changemaker van WE CAN.

Winnen Doe Je Samen

Winnen Doe Je Samen

We kijken er al lang niet meer van op, geweld op het veld. De KNVB ook niet. Die vindt 8 meldingen van geweldsincidenten per weekend niet verrassend (Parool, 25 maart 2013), wel triest.

De krantenkoppen kennen we inmiddels allemaal: “Scheidsrechter mishandeld door ouders”, “Jeugdwedstrijd Zuidoost gestaakt na vechtpartij” en “Kind (11) ernstig mishandeld op voetbaltoernooi”. Maar de storm van verontwaardiging die na de dood van grensrechter Nieuwenhuizen door ons land raasde, lijkt te zijn geluwd. Alles went?

Bij de meeste sporten is het competitie-seizoen inmiddels afgesloten met een in het water gevallen barbecue. Maar ook in de vakantieperiode wordt er achter de schermen keihard gewerkt aan een veiliger sportklimaat. Binnen het project “Naar een veiliger sportklimaat” wordt op allerlei niveaus gewerkt aan het stimuleren van positief gedrag en het aanpakken van ongewenst gedrag. VWS heeft 38,5 miljoen euro beschikbaar gesteld om dit actieplan in de periode 2012 – 2016 binnen alle 74 sportbonden uit te rollen. 

Dus dit probleem gaat zich oplossen? Nou… dat valt nog te bezien. Op bijeenkomsten van NOC*NSF, bonden en verenigingen hoor ik namelijk steeds hetzelfde geluid: “Het grootste probleem ligt bij de toeschouwers”. De schreeuw-ouders, bekend van het voetbal, tref je steeds vaker ook bij andere sporten aan. Volwassenen die een scheidsrechter van 16 jaar uitschelden, of erger. Toeschouwers die hun team niet aanmoedigen maar ophitsen en aanzetten tot agressie. Toeschouwers die niet luisteren als (ALS!!) de coach ze tot rust maant en die je keihard uitlachen als ze worden gesommeerd het pand/veld te verlaten. Wat doe je ermee? Wat kun je ermee? 

Formeel zijn de mogelijkheden beperkt tot het bellen van de politie of de beheerder vragen de mensen van de locatie te verwijderen. Sommige clubs geven toeschouwers een gele of rode kaart bij wangedrag. Maar ja, wat doe je als degene niet vertrekt nadat hij een rode kaart heeft gescoord? Goedbedoelde acties kunnen razendsnel tot de escalatie leiden die je nou net wilde voorkomen.

Een aardig voorbeeld hiervan overkwam mij laatst zelf. Op verzoek van een sportvereniging schreef ik een blog over verruwing binnen de sport en het scheidsrechter-bashen. Ik plaatste de blog ook op LinkedIn, een zakelijk netwerk waar het doorgaans toch netjes aan toe gaat. Dus niet. Mannen in pakken met chique banen lieten weten dat schelden op kenmerken, afkomst en seksualiteit van de tegenstanders “erbij hoort”. Dat een trap op de enkels blijkbaar een prima methode is om de tegenstander weg te houden van de overwinning. Dat ik een zeikwijf ben dat zonodig overal een probleem van moet maken, want dat is waarschijnlijk ook het enige dat ik kan. 

Ik was met stomheid geslagen. Maar het zette me wel op een spoor. 

Intimideren om je status te bevestigen: dat soort situaties maak ik als extern vertrouwenspersoon in een zakelijke setting (bedrijfsleven, overheid, school, zorg) regelmatig mee. En volgens de tactiek “aanval is de beste verdediging”: iedereen die een potentiele bedreiging vormt preventief op z’n plek zetten. Macht is het toverwoord en alle doelen om dit te bereiken zijn geoorloofd.

Andere belangen, verschillende methoden, maar dezelfde grondgedachte.

Hoe gaan wij, mensen van jong tot oud, van alle rangen en standen, ongeacht achtergrond, afkomst, geaardheid of wat dan ook met elkaar om? Op school, in het bejaardenhuis, de sportvereniging op straat of gewoon thuis? Hoe leren we elkaar respecteren, onze overeenkomsten delen, onze tegenstellingen accepteren en (ver)oordelen achterwege te laten? Ik heb hier een tijdje op gekauwd en kom weer tot de conclusie: macht heb je niet in je eentje, winnen doe je niet in je eentje. Dat is iets wat de sport ons allang heeft geleerd: winnen doe je SAMEN!

Petra Vervoort
Bureau Strikt
2013
ook gepubliceerd op 112werkforum.nl

Pesten gaat onder je huid zitten; Wat scholen kunnen doen

Pesten gaat onder je huid zitten; Wat scholen kunnen doen

De laatste maanden haalden een aantal uitwassen van pestgedrag – en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers – de media.
Als Vertrouwenspersoon voor het onderwijs heb ik natuurlijk regelmatig met dit thema te maken. Daarbij zie ik regelmatig het volgende patroon:
1. Pesters, school en ouders hebben niet in de gaten hoe groot de impact van pesten is, pesten wordt regelmatig gezien als iets wat erbij hoort, of als ‘maar een geintje’.
2. Jongeren zelf beschouwen uitsluiting en negeren vaak als niet zo ernstig of helemaal niet als pesten, terwijl de impact hiervan juist heel erg groot is. 3. Offline en online pesten ligt in elkaars verlengde. Meestal vinden jongens het offline pesten en de dreiging van fysiek geweld het ergst; meisjes vinden juist het online pesten – dat doordringt tot in de slaapkamer – het meest bedreigend.
4. Scholen willen het niet te zwaar maken en adviseren kinderen vaak om, als er online gepest wordt, de computer uit te zetten. Maar daardoor leren kinderen niet hoe ze met dit ongewenst gedrag kunnen omgaan; hoe ze bijvoorbeeld een ontsporend groepsgesprek kunnen stoppen of zich daar op tijd uit kunnen terugtrekken.
5. Slachtoffers wachten doorgaans erg lang vóór ze pestgedrag melden. Dat heeft verschillende redenen: ze schamen zich omdat ze denken dat ze ’n loser zijn omdat ze worden gepest; ze zijn bang dat school of ouders het gebeurde bagatelliseren, en ze zijn bang dat ze dan niet meer op internet mogen, zeker niet als ze zelf ook onhandige dingen hebben gedaan.

Scholen moeten SNEL en BREED ingrijpen
Mijn advies aan scholen is om zo snel mogelijk in te grijpen. Duidelijk maken dat een grens is overschreden, eventueel de pester straffen, de relatie tussen pester en gepeste herstellen. En vooral ook: gedrag in brede zin bespreekbaar maken, liefst vanuit positief oogpunt. Stimuleren van gewenst gedrag dus. Een praktijkvoorbeeld: Een meisje in de brugklas stuurt haar vriendje een naaktfoto. Als de verkering uitgaat, stuurt de jongen de foto aan zijn vrienden, die ‘m ook weer doorsturen naar hun vrienden en klasgenoten. In één ochtend tijd is de foto via WhatsApp door de hele school verspreid, durft het meisje haar gezicht niet meer te laten zien en vlucht zij naar huis. Daar moet ze vertellen dat ze een naaktfoto van zichzelf heeft laten maken en dat zo’n beetje iedereen op school die nu heeft gezien. Een nieuwtje waar haar ouders vast niet luchthartig over denken.

Wat moet de school in zo’n geval niet doen?
Bij een incident als dit zie je vaak dat school reactief handelt: mobieltjes worden gecontroleerd in de klas en leerlingen worden gesommeerd de betreffende foto te wissen. Vrij zinloos, het is een illusie te denken dat je de foto ’uit de roulatie’ kunt halen. Er is altijd wel iemand die deze al op internet heeft gezet, en daarmee blijft die er tot in oneindigheid op staan.

Wat helpt wel?
Mijn belangrijkste aanbeveling is: zit er bovenop als school. Handel direct, dezelfde ochtend nog:
1. Zodra een dergelijk incident bekend wordt, moet de school uitzoeken wie de bron van dit pestgedrag is. In dit geval is dat gemakkelijk: het afgewezen vriendje. Met die knul moet een stevig gesprek worden gevoerd – zo snel mogelijk – om hem te laten beseffen dat hij echt grenzen overschreden heeft. Zijn gedrag is in dit geval bovendien strafbaar, het verspreiden van een naaktfoto van een minderjarige is verboden. Er zal dus ook een afweging moeten worden gemaakt, in overleg met de ouders, of er aangifte bij de politie moet worden gedaan. De straf die hij via school moet krijgen moet mijns inziens zijn gericht op het herstellen van wat hij heeft gedaan. Dat kan variëren van een spreekbeurt houden over cyberpesten tot het schrijven van een excuusbrief aan het slachtoffer en een WhatsApp-bericht aan dezelfde mensen die hij de foto stuurde – maar nu met het bericht dat hij beseft dat hij heel erg fout was,dat hij zijn excuses aanbiedt en iedereen vraagt de foto te verwijderen en niet te verspreiden .
2. Tegelijkertijd moet dit voorval met het hele team besproken worden, waarna docenten het in alle klassen bespreken. Er wordt dan meteen een grens getrokken: zulk gedrag tolereren we niet. Stel je eens voor als iemand dit bij jou, of bij je zusje deed, denk je eens in hoe dat voelt. Koppel er ook aan vast hoe het wel zou moeten: hoe ga je met elkaar om, wat vinden de leerlingen daar zelf van. Doorgaans sta je ervan versteld hoe genuanceerd ze over deze materie denken.
3. Praat met het slachtoffer en de ouders en overleg wat er nodig is om weer op school te durven komen. Spreek ook af naar wie ze toe kan gaan als er wéér iets naars gebeurt; de mentor of zorgcoördinator bijvoorbeeld. Pak het gedrag van de daders aan, in plaats van het gedrag van het slachtoffer bij te sturen.
4. Ga in gesprek met je team en met de kinderen. Preventief, vóórdat er iets vervelends gebeurt. Maar in elk geval ook als er wel een incident is geweest. Veranker in de schoolcultuur: ‘Pesten = niet OK’. Dit kan ook op een luchtige manier, met een portie humor of een toepasselijk spel blijft het vaak beter ’hangen’ dan wanneer er een theorieles wordt afgedraaid. Maak het onderwerp levend en hou het levend.
5. Laat de kinderen meedenken over de schoolregels op dit gebied. Pestprotocollen zijn prima, maar alleen als iedereen op school – personeel en leerlingen – erachter staat. Mijn tip hierbij: formuleer het gedrag dat je WEL wenst en stel geen lijstje met verboden op.
6. Betrek ook de ouders erbij en stimuleer dat er ook thuis over gepraat wordt. Ouders willen nogal eens overgaan tot verbieden van online activiteiten, maar dat helpt echt niet. Dan gaan kinderen bij McDonald’s of in de bibliotheek internetten (gratis wifi). En als er dan iets vervelends gebeurt, durven ze het thuis helemaal niet meer te vertellen.
7. Zorg dat niemand pestgedrag bagatelliseert. ‘Trek je er toch niets van aan’ helpt zeker niet.
Pesten heeft enorme impact; pesten gaat onder je huid zitten.


Door: Petra Vervoort
Bureau Strikt
21 december 2012
Deze blog werd eerder geplaatst bij https://.forumveiligeschool

Klagende ouders: vloek of zegen?

Klagende ouders: vloek of zegen?

“Ja hoor, daar heb je hun weer!” Ouders die steeds weer met klachten over de school komen, hoe ga je daarmee om? Vorige week hadden ze een klacht over het zandbakzand, twee weken terug ging het over een ruzie tussen kinderen en nu bellen ze weer boos over de lesmethode. Het is lastig om ze nog serieus te nemen: ouders die om de haverklap klagend aan de lijn hangen. Hoe zorg je dat de vloek een zegen wordt?

Als vertrouwenspersoon krijg ik ze regelmatig doorgestuurd: ouders die allerlei klachten over de school van hun kind hebben en er met de school zelf niet meer uitkomen. De verhoudingen zijn allang niet meer om over naar huis te schrijven en bij elke nieuwe confrontatie reageert de school verdedigend of bagatelliserend of vervallen de contactpersonen van de school zelf in klaaggedrag. Heel begrijpelijk, maar niet erg effectief.

Luisterend oor
Waar de klachten ook over gaan, in het gesprek met de klagende ouders ontdek ik altijd dat ze vinden dat ze niet gehoord worden. Een luisterend oor bieden is dan ook mijn eerste prioriteit. Ik vraag door, vat samen en inventariseer. Soms is er een waslijst aan klachten waar ik het onderliggende probleem uit probeer te filteren. Soms is er een onmogelijke eis (‘die leerkracht moet gewoon meteen ontslagen worden’). Maar altijd probeer ik de klacht(en) te herdefiniëren naar een probleem. En stel vervolgens de vraag: ‘wat moet er gebeuren om dit op te lossen?’.

Communicatie – beter gezegd het gebrek eraan – ligt aan de basis van elke klacht. En daar ligt de sleutel om van een vloek een zegen te maken.

Goed, tijdig, eenduidig
Een voorbeeld. Een geschorste leerling, woedende ouders. Als school en ouders daarover het gesprek aangaan, neem dan als uitgangspunt: ouders hoeven het niet eens te zijn met de beslissing, maar ze hebben er wel recht op goed, tijdig en eenduidig geïnformeerd te worden. De aanleiding van de schorsing moet goed worden uitgelegd: nodig daarom eerst de ouders uit voor een gesprek en geef dan de schorsingsbrief mee. Maar zorg er ook voor dat het hele team weet van de hoed en de rand: bespreek in het teamoverleg wat eenieder te doen staat als een boze ouder belt.
Nog een voorbeeld: ouders die zich gediscrimineerd voelen. Het komt regelmatig voor in mijn praktijk en eigenlijk maakt het niet eens verschil als een groot deel van de school – medewerkers en leerlingen – van dezelfde afkomst zijn als de klagers. Het gaat dus om hoe mensen het zelf ervaren. Wat zit er achter dat gevoel? U raadt het misschien al: het gevoel niet gehoord te worden. Neem nu die vader die niet realistisch is over het onmogelijke gedrag van zijn dochter in de klas. Als ik zo’n gesprek begeleid, probeer ik altijd boven tafel te krijgen dat alle betrokkenen het beste voor hebben met het kind. Als je van elkaar weet dat je vanuit de beste bedoelingen reageert, dan kun je tot werkbare oplossingen komen.

Klagende ouders een zegen? Wel als je de klacht aangrijpt om tot oplossingen te komen waar alle partijen beter van worden. In mijn ervaring is dat vaker mogelijk dan je misschien zou denken.

Petra Vervoort

Door: Petra Vervoort,
Bureau Strikt
4 juni 2012
Dit blog werd eerder geplaatst op www.forumveiligeschool.nl